Windpark Spuisluis

Effecten op de omgeving

Welke invloed heeft het Luchthavenindelingsbesluit (LIB) op het windpark?
De Rijksoverheid reguleert de relatie tussen vliegen en ruimtelijke ordening rond Schiphol met het Luchthavenindelingbesluit. Aangezien windpark Spuisluis relatief dicht bij Schiphol ligt, is dit een belangrijk onderdeel waarop getoetst wordt in de vergunningsaanvraag. Het LIB geeft regels voor gebruik en bestemming van de grond in deze gebieden. Dit besluit geeft met hoogtevlakken en contouren rond Schiphol aan waar voor woningen of bedrijven, maar ook windmolens, beperkingen gelden. Op dit moment zouden windmolens leiden tot een verstoring in de radarsignalen. De Tweede Kamer heeft inmiddels besloten dat er de komende jaren een MASS radarpost bij De Kooij (Den Helder) wordt gerealiseerd. De verstoring van de windparken in het Noordzeekanaalgebied wordt door de extra informatie van deze radar geneutraliseerd. Er wordt dan geen beperking op dit vlak verwacht.

Wat zijn de effecten op het helikopterplatform?
Het Loodswezen maakt gebruik van een helikopterplatform nabij de meest westelijke windmolens van windpark Spuisluis. De invloed van het windpark op de vliegbewegingen is onderzocht middels 'joint fact finding'. Het Loodswezen, de helikopter piloten, de provincie Noord-Holland, ILT, onderzoeksbureau Adecs Airinfra en initiatiefnemers hebben gekeken naar de veiligheidsrisico’s van turbulentie veroorzaakt door de windmolens, geanalyseerd wanneer deze optreden en bedacht hoe hier in de praktijk mee omgegaan kan worden. De oplossing is om een softwaretool te implementeren waarin een stopknop is verwerkt. In turbulentie veroorzakende situaties kunnen de windtmolens door het Loodswezen tijdelijk stilgezet worden.

Heeft het windpark invloed op de scheepsradar?
Vanaf eind 2006 moeten bouwwerken hoger dan 45 meter getoetst worden aan een mogelijke radarverstoring voor het veiligheidsnetwerk van Defensie. Er moet onderzocht worden dat tijdens de bouw, beheer en na afloop de windmolens geen consequenties hebben op het radarsysteem van de scheepvaart. Het veilig navigeren over het Noordzeekanaal dient geborgd te worden. Windpark IJmond en Eneco hebben met TNO, Rijkswaterstaat en de Port of Amsterdam het onderzoek vormgegeven. Er worden geen verstoringen verwacht. Om te borgen dat er geen negatieve effecten zijn, wordt een nulmeting en een meting na kost van het windpark voorgeschreven door Rijkswaterstaat. Eventuele hinder dient dan opgelost te worden. Dit kan door het plaatsen van een steunpunt of het aanpassen van de software. 

Hoe waarborgen jullie de veiligheid?
Elke windmolen moet in Nederland gecertificeerd zijn. Dat waarborgt dat de windmolen uitgebreid gecontroleerd is op tal van risico’s. Veiligheid speelt een belangrijke rol in de gehele ontwikkeling, bouw en beheer van een windmolen. Zo wordt er bij de exploitatie van het windpark onder andere rekening gehouden met kans op ijsvorming op de rotorbladen. Indien deze kans er is, worden de windmolens preventief stilgezet. Dit is maatwerk voor elk project. Als er ijs geconstateerd wordt, zullen de rotorbladen evenwijdig aan het water of de weg worden gedraaid, zodat mogelijke sneeuw of ijs dat van de bladen af kan glijden verwijderd blijft van publieke doorgangen.

Begin 2016 heeft een uitgebreide risicoanalyse door Royal Haskoning DHV plaatsgevonden. Deze partij heeft eerder ook de veiligheidsrisico's van de Nieuwe Zeesluis in kaart gebracht. Het onderzoek is samen met de werkgroep van bewoners vormgegeven. De uitkomsten maken deel uit van de vergunningsaanvraag. 

Wanneer is er sprake van planschade voor nabijgelegen huizen?
Planschade ontstaat als een huis of een stuk grond minder waard wordt door een nieuw of veranderd bestemmingsplan. Bijvoorbeeld als er bij een woonwijk een snelweg of spoorlijn aangelegd wordt, een nieuwe wijk of industriegebied of een windpark wordt gebouwd. Als u van mening bent dat u aanspraak kunt maken op planschade, kunt u uw verzoek indienen bij de gemeente.

Wat zijn de gevolgen voor de verspreiding van fijnstof vanuit de omgeving?
In de omgeving wordt relatief veel fijnstof en andere industriële stoffen uitgestoten. Deze worden nu door de wind over de omgeving verspreid. Door de komst van het windpark zullen de windstromen in de directe omgeving van de windmolens iets anders gaan lopen. Vanuit de omgeving leeft de angst dat de verspreiding van deze stoffen zodanig verandert, dat de verspreiding van de stoffen leidt tot meer gezondheidsrisico’s. Er komt dus niet meer fijnstof in de lucht, maar de wijze waarop het neerdaalt zou kunnen veranderen. De initiatiefnemers nemen deze zorg serieus. Hans Erbrink van Erbrink Stack Consult heeft hier onderzoek naar gedaan. Vanuit de werkgroep zijn drie bewoners bij dit onderzoek betrokken. De conclusie was dat de komst van het windpark geen significant effect heeft op de verspreiding van fijnstof en andere industriële stoffen.

Geven windmolens slagschaduw?
Beschijnt de zon de mast en rotor van een windturbine, dan leidt dit tot een (bewegende) slagschaduw. Dit is de schaduw van de turbine op de ondergrond of achtergrond. Deze slagschaduw draait met de zon mee en reikt bij zonsopgang en -ondergang in de winter het verst. Is slagschaduw hinderlijk? Als slagschaduw op het raam van een woning valt kan dat als hinderlijk worden ervaren. Vooral de wisseling tussen wel en geen schaduw ergert mensen. Bij moderne windmolens met drie wieken is de slagschaduw in de praktijk beperkt. Deze windmolens hebben een maximale omwentelingssnelheid van 20 tot 30 toeren per minuut. Het maximale aantal bladpassages is daardoor 90 per minuut, dit komt overeen met een frequentie van 1,5 Hz. Uit onderzoek is gebleken dat mensen vooral last hebben van het afwisselen van schaduw en licht bij een hogere frequentie, tussen de 2,5 en 14 Hz.

In de milieuwetgeving zijn voorschriften opgenomen om hinder door slagschaduw te beperken. In de Activiteitenregeling milieubeheer staat dat een huis met een gevel met ramen niet meer slagschaduw mag ontvangen dan 17 dagen per jaar. En niet meer dan 20 minuten per dag. Via de vergunning zijn windturbines bijna altijd verplicht voorzien van een stilstandvoorziening. Deze schakelt de windmolens uit gedurende de tijd dat er slagschaduw optreedt. Een stilstandvoorziening is nodig wanneer de afstand van de windturbine tot de woningen en andere ‘gevoelige bestemmingen’ (bijvoorbeeld scholen) minder dan twaalf maal de rotordiameter is. Bij een rotordiameter van 90 meter (blad van 45 meter) geldt dan: binnen een afstand van 1.080 meter (ruim een kilometer).

Aan de hand van rekenmethodes is van tevoren vast te stellen op welke dagen en op welk moment van de dag een slagschaduw kán optreden. Of de slagschaduw ook echt optreedt op de voorspelde dagen, hangt af van de volgende punten:

  • of die dagen onbewolkt zijn;
  • of er op die dagen genoeg wind is om de molens te laten draaien;
  • of de wind precies waait uit de richting waar de zon staat, omdat de oppervlakte van de schaduw die de windmolen werpt dan het grootste is;

De windmolen wordt uitgerust met een stilstandvoorziening, die geïmplementeerd is in de besturingssoftware. Hierdoor schakelt de turbine alleen uit als slagschaduw daadwerkelijk optreedt. In de praktijk blijkt dat de stilstandvoorziening de financiële exploitatie niet in gevaar brengt wanneer de windmolen vanwege de geluidsnormen al op ruim voldoende afstand van huizen staan. In het kader van de vergunningsaanvraag is een onderzoek gedaan naar geluid- en slagschaduweffecten van het windpark op de omgeving. Deze is hier te vinden. 

Geven de windmolens lichtschittering?
Lichtschittering kan ontstaan doordat zonlicht op de draaiende rotorbladen schijnt. Om dit te voorkomen wordt de totale windturbine voorzien van een anti-reflecterende coating. 

Wat hoor je van windmolens?
Hoewel de ontwikkelingen van windmolens hard gaan, zijn ze niet geluidloos. Het geluid dat windmolens maken, komt door:

  • De draaiende rotorbladen (aerodynamisch geluid). De hoeveelheid geluid is vooral afhankelijk van de tipsnelheid (ofwel rotordiameter en toerental) en de vormgeving van de rotorbladen. Op het moment dat een rotorblad de mast passeert verandert de ‘klankkleur’.
  • De bewegende delen in de gondel, zoals de generator en de tandwielkast (mechanisch geluid). Of en hoeveel geluid die onderdelen maken, hangt af van het type windmolen.

De provincie Noord-Holland heeft bepaald dat windmolens minimaal 600 meter van gevoelige objecten (zoals bestemde woningen) afgebouwd moeten worden. Daarnaast moeten de windmolens voldoen aan landelijke wet- en regelgeving.

Moderne windmolens zijn zeer stil

De normen voor de hoeveelheid geluid gelden op de gevel van nabij gelegen woningen. Het geluidsniveau wordt uitgedrukt in Lden. Lden staat voor Level day, evening, night. Dit is een jaargemiddelde van het geluid overdag, ‘s avond en in de nacht. Volgens de regels mag het jaargemiddelde geluidniveau Lden niet meer zijn dan 47 dB. Voor de nacht geldt een aparte norm Lnight van 41 dB. De geluidnorm geldt per windpark, ongeacht het aantal windmolens of het type. Lden staat voor Level day, evening, night, ofwel het tijdgewogen jaargemiddelde geluidniveau in de dag, de avond en de nachtperiode. ’s Avonds geldt er een correctie van +5 dB en ‘s nachts van +10 dB. Er is gekozen voor deze weging om recht te doen aan de omstandigheden. ’s Avonds en ’s nachts zijn mensen vaker in rust, is het omgevingsgeluid minder, maar waait het vaak harder. Daarom wegen de avond en de nachtperiode zwaarder mee dan de dagperiode. Bovendien is er een afzonderlijke norm opgenomen voor de nachtperiode om slaapverstoring te voorkomen: Lnight = 41 dB. Dit is het jaargemiddelde geluidniveau in de nachtperiode. Door de verschillende wegingen en methoden van middeling zijn de getalswaarden van Lden, dB en dB(A) niet vergelijkbaar. Hierdoor is Lden 47 dB niet hetzelfde als 47 dB, maar minder. Een filmpje met uitleg van LBP:Sight is hier te vinden. In het kader van de vergunningsaanvraag is een onderzoek gedaan naar geluid- en slagschaduweffecten van het windpark op de omgeving. Deze is hier te vinden. 

Wat is laagfrequent geluid (Lf-geluid)
Laagfrequent geluid is een soort zoemend, brommend of dreunend geluid zonder hoge tonen. Dit geluid komt van bijvoorbeeld ventilatoren, pompen, compressoren, verkeer op de weg, rails en in de lucht. Het wordt zelfs expres gemaakt in de muziek, bijvoorbeeld met de basgitaar. Ook is er laagfrequent geluid afkomstig van stormen en branding. Het is geluid in het voor mensen laagst hoorbare frequentiegebied met frequenties in tertsbanden tussen 4Hz en 100 Hz.

Zo is bijna overal laagfrequent geluid aanwezig. Toch horen de meeste mensen dit geluid niet. Dat komt doordat de brom tamelijk constant aanwezig is. Bovendien zijn er meestal tegelijk hogere geluiden, die minder constant zijn en meer opvallen. De sterkte van het geluid neemt af met de afstand waarbij lage tonen verder reiken dan hoge tonen. Zonder hoge tonen is de bron niet herkenbaar. Een sterke bron van laagfrequent geluid is op kilometers afstand nog hoorbaar. Uit welke richting zo ‘n geluid komt, is niet goed te horen. Windmolens produceren zowel laag-, midden- als hoogfrequent geluid. Alle geluidsfrequenties worden meegewogen in de Nederlandse geluidwetgeving die ook windturbine geluid reguleert.
Bron: LBP Sight

Wat is de inregelperiode voor slagschaduw en geluid?
Slagschaduw voorkomen gebeurt door het inregelen van slagschaduwsensoren per windmolen. Het stopzetten van een windmolen duurt ongeveer 100 seconden. Overigens kunnen de windmolens niet helemaal tot stilstand worden gebracht. Zij blijven zeer langzaam draaien.

Voor het inregelen van geluid hebben we vier tot zes maanden. De reden dat dit zo lang duurt, is dat we onder zo veel mogelijk verschillende omstandigheden (denk aan windrichtingen, windsnelheden, weersomstandigheden) moeten meten wat de geluidsbelasting is op de verschillende woningen. Hierbij worden we al tijdens het inregelen begeleid door een deskundig en onafhankelijk bureau.
Het windpark zal ook na de inregelperiode niet geluidloos zijn. Enig geluid zal, op momenten dat er weinig ander omgevingsgeluid is, hoorbaar zijn als de windmolens draaien. Als er door een technisch mankement of door een andere aanwijsbare reden meer geluid wordt geproduceerd dan mag, zetten we de windmolens stop.

Bij wie kan ik straks terecht als ik overlast ervaar?
Als het windpark vergund wordt en straks draait, hopen we natuurlijk dat we iedereen goed geïnformeerd hebben en mensen niet negatief verrast worden. Bij het ‘inregelen’ van het windpark wordt gekeken naar de instellingen van de windmolen, zodat een windmolen bij slagschaduw op het juiste moment uitschakelt en de geluidsnormen binnen de wettelijke kaders vallen. Mocht een omwonende toch overlast ervaren, is de sitemanager van Eneco degene tot wie hij zich went. Een sitemanager pakt klachten of vragen op en onderzoekt waar het mis gaat en hoe dit in de toekomst verholpen kan worden.

Deel deze pagina: